Samuel deel 1

Luisteren


Lezen

Vandaag beginnen we met het verhaal van Samuel. Misschien heb je die naam weleens gehoord. Samuel werd later een belangrijke profeet in Israël. Maar voordat hij groot werd en God diende, was hij gewoon een jongetje. En eigenlijk begint zijn verhaal niet bij hem. Nee. Het begint bij zijn moeder. Een vrouw die Hanna heette. 

Hanna woonde samen met haar man Elkana. Ze hielden veel van elkaar. Toch was er iets wat Hanna heel verdrietig maakte. Ze had geen kinderen. Ze wilde zó graag een kindje, maar dat lukte niet. En wat ze ook probeerden, er kwam geen kindje. Soms zag ze moeders lopen met een baby in hun armen. Soms hoorde ze kinderen lachen terwijl ze buiten speelden. Dan voelde het alsof er een steen in haar buik lag. Zo’n zwaar verdriet had ze. Ze voelde pijn in haar hart. Toch gaf Hanna haar hoop niet op. Ze bracht haar verdriet bij God.

Op een dag gingen Hanna en Elkana naar de tabernakel, het huis van God. Dat was de plek waar de Israëlieten kwamen om te bidden en offers te brengen. Daar was ook de oude priester Eli.

Hanna liep naar binnen. Ze knielde neer en haar ogen werden nat van de tranen. Ze begon te bidden.

Niet hardop. Haar lippen bewogen wel, maar er kwam bijna geen geluid uit. In haar hart sprak ze met God.

Ze huilde zacht. “Heer,” fluisterde ze in haar hart, “U weet hoe verdrietig ik ben. Wilt U mij alstublieft een zoon geven? En als U dat doet, dan zal ik hem aan U teruggeven. Hij mag zijn hele leven bij U dienen.”

01 Samuel Iris de Waard 1

De priester Eli zag haar. Hij keek verbaasd. Haar mond bewoog, maar hij hoorde niets. Wat vreemd, dacht hij. Hij liep naar haar toe. “Mevrouw… wat is er met u aan de hand?” vroeg hij. Hanna keek omhoog. Ze veegde haar tranen weg. “Niets ergs meneer,” antwoordde ze zacht. “Ik ben niet dronken en ik ben ook niet ziek. Ik ben gewoon heel verdrietig. Ik vertel God alles wat in mijn hart zit.” Toen veranderde Eli’s gezicht. Nu begreep hij het. Hij glimlachte vriendelijk. “Ga in vrede naar huis,” zei hij. “De God van Israël zal luisteren naar jouw gebed.”

Die woorden gaf Hanna moed. En weet je wat? God luisterde echt. Na een tijdje werd Hanna zwanger en ze kregen een baby. Een zoon! Wat moet Hanna blij zijn geweest toen ze hem voor het eerst vasthield.

Ze noemde hem Samuel. Die naam betekent: God heeft gehoord. Elke keer als ze zijn naam uitsprak, werd ze eraan herinnerd dat God naar haar gebed had geluisterd.

Samuël groeide op. Hij leerde lopen. Hij leerde praten. Hij speelde, lachte en ontdekte de wereld om zich heen. Maar Hanna was haar belofte aan God niet vergeten. Toen Samuel nog jong was, bracht ze hem naar de tabernakel. Dat moet een bijzonder moment zijn geweest. Ze hield zijn hand stevig vast terwijl ze naar Eli liep en ze moest haar tranen wegvegen. Maar hoeveel ze ook van Samuel hield, ze had beloofd hem aan God te geven. Ze zei tegen Eli: “Kent u mij nog? Ik ben de vrouw die hier jaren geleden kwam om te bidden. Dit is de jongen waar ik om vroeg. God heeft mijn gebed verhoord. Daarom geef ik hem nu terug aan de Heer.”

Eli keek naar Samuel. En Samuel bleef daar wonen. Bij de tabernakel. Bij Eli. Hij hielp met kleine klusjes: deuren openen, water halen, lampen aansteken. Hij was vriendelijk, gehoorzaam en nieuwsgierig naar God. Iedere dag leerde hij meer over God. Samuel luisterde goed. Hij wilde graag doen wat juist was. Maar niet iedereen deed dat.

Eli had twee zonen. Zij werkten ook bij de tabernakel. Maar zij luisterden niet naar God. Ze waren oneerlijk.

Ze dachten vooral aan zichzelf en ze deden dingen waarvan ze eigenlijk wel wisten dat ze verkeerd waren.

Dat maakte God verdrietig. Eli zei er wel iets van. Maar niet genoeg, hij greep niet echt in. En dat was natuurlijk ook niet goed.

Op een nacht lag Samuel te slapen. Het was stil in de tabernakel. Heel stil. De meeste mensen sliepen al. Alleen de lamp in de tabernakel brandde nog zachtjes. Samuel lag lekker onder zijn deken, maar toen hoorde hij ineens een stem. “Samuel.” Samuel schrok, zijn ogen vlogen open. Hij ging rechtop zitten.

02 Samuel Iris de Waard 1

Had Eli hem geroepen? Snel sprong hij uit bed en rende naar de oude priester. “Hier ben ik!” zei hij. “U heeft mij geroepen?” Maar Eli keek verbaasd op. “Nee jongen,” zei hij slaperig. “Ik heb je niet geroepen. Ga maar gauw weer slapen.” Samuel knikte. Misschien had hij het verkeerd gehoord. Hij liep terug naar zijn bed en kroop onder de deken. Hij deed zijn ogen dicht en toen, toen hoorde hij weer die stem. “Samuel.” Daar was het weer! Samuel sprong overeind en rende weer naar Eli. “Hier ben ik! U riep mij toch?”

Eli schudde zijn hoofd. “Nee Samuel. Ik heb je niet geroepen. Ga maar weer terug naar je bed.”

Samuel liep terug. Maar nu voelde hij zijn hart sneller kloppen. Wat vreemd. Wie had zijn naam dan geroepen? Hij lag nog maar net terug in bed toen hij de stem voor de derde keer hoorde. “Samuel!” Weer rende hij naar Eli. “Hier ben ik!”, riep hij, ”U riep mij toch?”

Nu ging Eli rechtop zitten. Langzaam begon hij te begrijpen wat er gebeurde. Zijn ogen werden groot. Zou het kunnen? Ja. Hij wist het zeker.

“Samuel,” zei hij zacht, “ik denk dat de Heer jou roept.” Samuel keek hem verbaasd aan.

God? Riep God hem? “Ga terug naar je bed,” zei Eli. “En als je de stem weer hoort, zeg dan: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert.” Samuel knikte. Langzaam liep hij terug. Zijn benen voelden ineens een beetje wiebelig. God die hem riep? Waarom zou God met hem willen praten? Samuel ging weer liggen. Hij trok zijn deken een beetje hoger op. En hij wachtte. Wat zou er gebeuren? Zou hij de stem nog een keer horen? En als dat zo was… wat zou God tegen hem willen zeggen?


Kijken