Richteren deel 2

Luisteren


Lezen

Weet je nog waar het de vorige keer over ging? Over het volk van God, dat soms wél naar God luisterde maar vaak ook helemaal niet. En elke keer als ze God vergaten, kwamen er problemen. En elke keer als ze dan om hulp riepen, bleef God trouw. Hij stuurde dan een richter, een helper. Vandaag gaan we verder met het verhaal over die man die graan aan het verstoppen was. Ja echt, en hij verstopte zichzelf ook!

In een klein dorpje, ergens tussen de heuvels, zat een man diep weggedoken in een wijnpers. Dat is een plek waar je druiven in stampt. Maar deze man stampte geen druiven. Hij stampte graan. Normaal deed je dat buiten, op een open plek. Maar hij deed het stiekem, diep weggedoken in de wijnpers. Heel zachtjes. Waarom zo stiekem? Omdat de vijanden van Israël alles kwamen stelen. De oogst, dieren, eten… alles. Het volk was bang. Echt bang. En deze man ook. Hij heette Gideon. Hij keek steeds om zich heen. “Als ze me maar niet zien… als ze het maar niet horen…” fluisterde hij.

03 Richteren Iris de Waard

En toen…, ineens stond er een engel van God bij hem. Gideon schrok zó erg dat hij bijna in de wijnpers viel en al zijn graan liet vallen.

“De Heer is bij jou, Gideon. Dappere held,” zei de engel. Gideon keek verbaasd om zich heen.
“Ehm… bedoelt u mij? Ik? Een dappere held? Nee… Ik verstop me juist! En… als God bij ons is, waarom gaat het dan zo slecht met ons? Waar is God dan?” De engel glimlachte. “God heeft jóu uitgekozen Gideon. Jij zult Israël bevrijden.” Gideon slikte. “Ik? Maar… ik ben helemaal niet dapper en ook helemaal niet belangrijk. Mijn familie is maar klein. En ik ben de jongste!”

Maar God had het zo bepaald en Hij had gezegd: “Ik zal bij je zijn.” En als God dat zegt, dan kun je meer dan je denkt. Gideon vond het allemaal zó spannend dat hij vroeg: “Mag ik een teken? Dan weet ik zeker dat U het bent.”

En God gaf hem een teken. Gideon zette wat brood en vlees neer als cadeau voor God. En toen kwam er opeens vuur uit een steen en alles brandde op! Gideon dacht toen al: Ohh, God is bij mij.

Maar toch twijfelde Gideon nog. Hij zei tegen God: “Wilt U mij nog een teken geven? Ik leg vannacht een wolletje buiten. Als het wolletje nat is van de dauw en de grond eromheen droog blijft, dan weet ik zeker dat U mij helpt.” De volgende ochtend keek Gideon… en ja hoor, het wolletje was nat en de grond eromheen was droog!

En toch twijfelde Gideon nog steeds een beetje en hij durfde het nog één keer te vragen: “God, wordt u niet boos? Wilt U het nu andersom doen? Laat het wolletje droog zijn en de grond eromheen nat.” En ja hoor… Het gebeurde precies zo! God wist dat Gideon bang was en daarom liet Hij deze zien dat Hij bij Gideon was. God hielp hem stap voor stap.

Om te kunnen winnen van de vijanden en Israël te bevrijden, had Gideon natuurlijk wel een groot leger nodig. Gideon kreeg een heel groot leger van heel veel mannen. Duizenden mannen!
Maar toen zei God: “Het zijn er te veel. Als jullie straks gaan winnen, dan denkt het volk dat ze het allemaal zelf hebben gedaan. Dat jullie zelf voor de winst hebben gezorgd. Dat is niet de bedoeling. Ze moeten weten dat Ik het doe.”

En daarom stuurde Gideon heel veel mannen weg. Steeds meer en meer soldaten mochten terug naar huis. En toen nóg meer. Duizenden mannen gingen naar huis. Tot er nog maar driehonderd over waren. Driehonderd mannen tegen een enorme vijand. Dat klinkt toch onmogelijk?

Maar God had een heel goed plan.

Die nacht gaf Gideon iedereen, aan die 300 mannen, een kruik, een fakkel en een hoorn. “Als ik het teken geef,” fluisterde hij, “breken jullie de kruiken kapot, laten jullie het licht zien en blazen jullie op de hoorns.”

En zo gebeurde het. Het was donker, midden in de nacht. Het was stil. Zó spannend. En toen… klonk er opeens overal: KRAK! De kruiken braken. De fakkels gingen aan en de hoorns loeiden door de nacht.

04 Richteren Iris de Waard

De vijanden schrokken. Heel erg. Zó erg, dat ze in paniek raakten. Ze renden weg. Ze botsten tegen elkaar. Ze vluchtten het kamp uit.

En zo won Israël dus eigenlijk heel makkelijk de strijd. Zonder zwaard, zonder gevecht, zonder geweld. God had met een heel slim plan voor de overwinning gezorgd. God had Zijn volk wéér gered.

En natuurlijk waren de mensen blij en dankbaar. God had hen Gideon gegeven en daardoor waren ze gered. Zolang Gideon leefde, was er rust. Maar toen hij stierf… ja hoor, toen vergat het volk God toch weer. Ze deden weer verkeerde dingen. En weer kwamen er vijanden. Het bleef steeds maar doorgaan.

Wat denk je, heeft God daarna ook weer geholpen? Daar gaat ons volgende verhaal over.


Kijken