Jozua deel 7

Luisteren


Lezen

Het volk van Israël woonde eindelijk in het land dat God hun had beloofd en Jozua was nog steeds hun leider. Samen hadden ze veel meegemaakt: spannende tochten, moeilijke gevechten en ook hele bijzondere momenten van de wonderlijke hulp en trouw van God.  Maar nu was er rust. Jozua had het land verdeeld onder de stammen van Israël en er was vrede.   

Op een dag riep Jozua drie van de twaalf stammen bij zich. Dat waren de stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse. Zij hadden, al voor de grote veroveringen, een stuk land aan de andere kant van de rivier de Jordaan gekregen. Maar al die jaren hadden ze wel steeds meegevochten om het beloofde land te veroveren. Jozua zei tegen de stammen: “Jullie hebben heel trouw geholpen. Jullie hebben met ons gevochten en nooit opgegeven. Nu mogen jullie terug naar jullie eigen huizen aan de andere kant van de rivier. Vergeet niet om God lief te hebben en Zijn regels te volgen. Dan zal het goed met jullie gaan.” 

De mensen knikten. “Dank u wel, Jozua. We zullen doen wat u zegt.”

Ze gingen op weg, terug naar hun eigen land. Toen ze bijna thuis waren, stopten ze, want iemand riep opeens: “Wacht even. Onze kinderen wonen straks best wel ver weg van de andere families. Hoe weten ze dan dat we wel bij elkaar horen. En misschien denken ze later wel dat wij niet bij God horen.” 

“Dat mag niet gebeuren,” zei een ander. “We moeten een teken maken!”

11 Jozua Iris de Waard

 Ze begonnen grote stenen te verzamelen. Ronde stenen en platte stenen. Samen bouwden ze een stenen muur. Het leek een beetje op een kleine berg van netjes gestapelde rotsblokken, maar wel zo groot dat je het in de verte al kon zien. Het leek ook een beetje op een altaar, maar het was niet om offers op te doen. Het was bedoeld als een herinnering. 

“Dit is voor onze kinderen,” dachten de mensen. “Dan kunnen ze later zeggen: ‘Kijk, wij horen óók bij God!’” 

Maar de andere Israëlieten hoorden dat er bij de rivier een groot altaar was gebouwd. Ze schrokken. “Hè, wat hebben ze nou gedaan?” riepen ze. “Een eigen altaar gebouwd? Willen ze niet meer bij ons horen? Willen ze niet meer bij God horen?” 

Ze maakten zich zorgen en werden ook boos. Ze wilden zelfs al bijna gaan vechten! Maar gelukkig stuurden ze eerst een groep mensen om te praten. Dat is natuurlijk altijd beter dan meteen vechten. Toen ze daar aankwamen, vroegen ze, best wel boos: “Waarom hebben jullie dat altaar gebouwd? Willen jullie de regels breken?” 

Maar de mensen van de 3 stammen antwoordden meteen: “Oh nee, nee! Jullie begrijpen het verkeerd! Dit is geen altaar, we willen helemaal geen offers brengen op deze stenen! Dit is een grote herinneringssteen. We hebben het gebouwd om te laten zien dat wij óók bij de Heer horen. Het is een herinnering voor onze kinderen. Want er zit dan misschien wel een rivier tussen ons in, maar God verbindt ons met elkaar. Deze stenen moeten dat verhaal blijven vertellen, ook als wij er niet meer zijn.” De mannen keken nog eens goed. En toen begonnen ze opgelucht te lachen. “Ooooh gelukkig… nu snappen we het! Wat een mooi teken eigenlijk. Zo blijven we allemaal toch één volk. Er is geen ruzie, maar vrede tussen ons.” Ze gingen meteen terug om het goede nieuws te vertellen. Er hoefde helemaal niet gevochten te worden. Poeh, dat was gelukkig goed afgelopen allemaal. Er was echt vrede in Israël. 

Vele jaren later was Jozua een hele oude man geworden. Zijn rug werd krom, hij liep langzaam, zijn stem was zachter geworden en zijn haren grijs. Hij riep het hele volk nog een keer bij elkaar. Iedereen kwam luisteren: vaders, moeders, kinderen, opa’s en oma’s. 

Jozua zei: “Mensen, kinderen van Israël, luister goed. God heeft jullie geholpen met álles. Hij heeft vijanden verdreven, Hij heeft jullie kracht gegeven, Hij heeft jullie een thuis gegeven. Blijf daarom dicht bij Hem.

Toen vroeg hij: “Willen jullie God, onze Heer, dienen? Het volk riep luid: “Ja, wij willen de Heer volgen!” 
Jozua glimlachte. “Dat is goed. Heel mooi! Maar beloof het dan ook écht, met heel je hart.” 

“Dat beloven we!” riepen de mensen. 

12 Jozua Iris de Waard

Jozua zette toen een grote steen recht overeind. “Deze steen,” zei hij, “zal ons helpen onthouden wat we vandaag hebben gezegd.”  Niet lang daarna stierf Jozua. Hij was oud, maar absoluut niet bang én niet alleen. Hij had een goed leven gehad en God was altijd bij hem. De mensen bleven nog heel lang aan Jozua denken. Aan alles wat hij voor het volk Israël had gedaan en ook aan wat hij altijd zei: “Leef in vrede samen, doe goed, wees eerlijk en blijf vooral dicht bij God”. 


Kijken