Jozua deel 6

Luisteren


Lezen

We gaan vandaag verder met het avontuur van het volk Israël in het beloofde land. De vorige keer viel de stad Jericho, want de muren stortten in. Wat was dat een wonder! En na die grote overwinning dachten de Israëlieten: “Ha! De volgende stad winnen we met gemak!” Maar nee hoor… dat liep dus heel anders. Bij het stadje Ai, een stadje niet eens zo groot, verloren ze opeens de strijd! Iedereen dacht: Huh? Wat gebeurt hier nou? 

Jozua vroeg aan God: “Heer, wat gaat er fout?” En God zei: “Iemand heeft iets gestolen wat écht niet mocht.”

Oei. Dat was natuurlijk heel erg. Dus gingen ze uitzoeken wie het had gedaan. En na een tijdje kwam één man naar voren: Achan. Hij zei: “Ja… ik zag die mooie spullen. Een mantel, zilver en goud… en ik heb het gepakt en verstopt.”

09 Jozua Iris de Waard

Wat dom van Achan en wat erg. Hij had gestolen en door zijn fout had hij het hele volk in gevaar gebracht. God was erg boos en Achan kreeg samen met zijn familie een zware straf. De mensen begrepen het goed nu: als God iets zegt, dan moeten we echt luisteren. Zo leerde het volk dat ze God moesten gehoorzamen – altijd.

Daarna konden ze het nog een keer proberen om Ai te veroveren. En dit keer had Jozua een slim plannetje.

Een groep soldaten deed alsof ze bang waren en wegrenden. De mannen uit Ai dachten: “Ha! Ze vluchten!” en ze renden allemaal achter de soldaten van Jozua aan. En ondertussen… sloop een andere groep Israëlische soldaten de stad binnen. Tja, toen won Israël toch de strijd. Wat een slimme truc van Jozua!

Na de overwinning zei Jozua tegen iedereen: “We willen niet alleen winnen, we willen vooral God volgen.”
En daarom las hij het wetboek van Mozes voor, zodat iedereen weer wist wat belangrijk was.

Na een tijdje kwamen er bezoekers naar het kamp van Israël. Ze hadden hele oude, kapotte schoenen en gescheurde kleren aan. En ze hadden brood dat zó droog was dat het gewoon kraakte als je het aanraakte.

Ze zeiden: “Wij komen van héééél ver weg. Willen jullie vrienden met ons worden?” Jozua dacht: Hmm…Het ziet er wel echt zo uit. En dus maakte hij een afspraak met hen. Een verbond. Maar… hij was wel wat vergeten. Hij was vergeten om God om hulp te vragen.

En toen bleek dat deze mensen, de Gibeonieten, helemaal niet ver weg woonden! Ze hadden zich verkleed om oud en vermoeid te lijken. Ze hadden Jozua gewoon voor de gek gehouden!

Maar ja… een belofte is een belofte. Daarom mochten ze blijven leven, maar ze moesten wel helpen met water dragen en houthakken.

Andere volken werden boos toen ze hoorden dat Gibeon vriendjes was geworden met Israël. En toen kwamen er maar liefst vijf koningen tegelijk om Gibeon aan te vallen! God zei tegen Jozua: “Ga ze helpen, Ik ga met je mee en zal je helpen.”

En toen gebeurde er iets bijzónders: uit de lucht vielen enorme hagelstenen—echt supergroot!—en die hielpen Israël om te winnen. Maar toen het bijna donker werd, was de strijd nog niet klaar en Jozua dacht: We hebben meer tijd nodig! Hij riep het uit en zei: “Zon, blijf staan!” En op een wonderlijke manier bleef het langer licht. Zo konden ze de strijd toch nog afmaken én winnen.

10 Jozua Iris de Waard

Daarna hadden Jozua en het volk nog veel meer gevechten, maar God hielp iedere keer. Uiteindelijk hadden ze heel veel land veroverd en konden ze eindelijk uitrusten. Toen zei Jozua: “Nu gaan we het land verdelen, precies zoals Mozes heeft gezegd!” Jozua verdeelde het land over de 12 stammen van Israël. Het was een beetje alsof hij een grote taart in twaalf stukken sneed:

  • Juda en Simeon kregen een stuk land in het zuiden,
  • Dan en Naftali kregen een stuk in het noorden,
  • en de andere stammen kregen het land in het midden en Efraïm kreeg het grootste gebied.

De Levieten, de priesters, kregen geen eigen land, maar wel speciale steden. Vanuit die steden konden ze de mensen leren over God en over de wetten van Mozes.

Zo kreeg iedereen een eigen plekje. En er kwam eindelijk vrede in het land. Jozua had gedaan wat God hem had opgedragen. En het volk leerde: Als we luisteren naar God, dan komt het goed.


Kijken