Luisteren
Lezen
Vandaag gaat ons verhaal over Jericho verder. Over de hoge muren van de stad. En over God, die iets ongelooflijks doet. Want al zes dagen lang was het volk Israël om de stad Jericho gelopen. Elke dag één keer. Voorop gingen de soldaten. Daarachter zeven priesters met hoorns. En daarachter de ark van het verbond. Dat was het teken dat God ook dichtbij was. Achteraan liep het volk. Niemand sprak. Alleen het geluid van de hoorns klonk. Elke dag deden ze hetzelfde: één keer om de stad lopen en dan weer terug naar het kamp.
En nu… was het de zevende dag. De zon kwam op boven Jericho. Vandaag zou alles anders worden. Het volk stond vroeg op. Iedereen wist het: dit is de dag! Vandaag moesten ze zeven keer om de stad lopen! Zeven keer op één dag. Voorop gingen weer de soldaten. Daarachter de priesters met hun hoorns en daarachter de ark. Achter de ark liep het volk van God. En weer was het stil, niemand sprak een woord. Alleen het geluid van de hoorns vulde de lucht. TOEEEET! TOEEEET!
Ze liepen één keer om de stad… toen nog een keer… en nog een keer… vier keer… vijf… zes… en zeven keer!
De mensen van de stad Jericho keken vanaf de muren. Sommigen lachten: “Wat zijn die mensen aan het doen? Denken ze dat wij bang worden van een wandeling?” Maar anderen beefden. Want dit was anders. Dit was stilte… maar om bang van te worden.
In het huis van Rachab was het ook muisstil. Haar vader zat in een hoek, heel zachtjes te bidden. Haar moeder kneep in haar hand. De kinderen keken met grote ogen naar buiten. Ze zagen soldaten lopen. Ze hoorden de hoorns galmen. “Waarom doen ze dat?” fluisterde haar kleine nichtje. “Vandaag gaat het gebeuren,” zei Rachab. “Dit is Gods plan. Blijf hier. Wat er ook gebeurt, ga niet naar buiten.”
Toen het volk Israël zeven keer om de stad had gelopen, klonk de stem van Jozua. Hij riep: “Juich! Want de HEER heeft ons de stad gegeven!” Het volk begon te schreeuwen, zo hard als ze konden: “WAAAAAH!”
De hoorns galmden. TOEEEET! TOEEEET! Het geluid trilde door de lucht.

En toen gebeurde het wonder: De muren begonnen te trillen… te beven… te scheuren… En toen… BAM!
De muren stortten in! De sterke stad Jericho lag helemaal plat. Het volk van God stormde naar binnen. Jericho was van Israël!
In het huis van Rachab gilden de kinderen. “De muren vallen!” “Blijf hier!” riep Rachab. “God zal ons redden!” Ze trok haar moeder dichterbij. Haar vader sloot zijn ogen en fluisterde een gebed. Niemand durfde te bewegen. Buiten klonk het lawaai van vallende stenen en schreeuwende mensen.
Maar Jozua had gezegd: “Alles in de stad is voor de HEER. Vernietig alles. Alleen Rachab en haar familie moeten worden gered, omdat zij onze mannen heeft geholpen. Zoek het huis met het rode touw!” De soldaten renden door het puin. Ze zochten naar het huis van Rachab.
“Daar is het!” riep een soldaat. “Het rode touw!” Ze stormden naar binnen. Daar zat Rachab met haar familie, allemaal dicht tegen elkaar. “Kom mee!” riep de soldaat. “Jullie zijn veilig!”

Rachab pakte haar moeder bij de hand. Haar vader liep achter hen aan. Haar broers en zussen hielden hun kinderen stevig vast. Ze gingen door het puin, langs de ingestorte muren, naar het kamp van Israël. Daar waren ze veilig.
“Dank U wel, God,” fluisterde Rachab. “U heeft ons gered. Wat bent U groot.”
Wat was dat een bijzondere dag! Heel spannend. En hoe machtig is onze God. Rachab werd door God gered omdat zij op Hem vertrouwde. Hij had de muren van Jericho laten vallen. Zonder gevecht. Zonder wapens.
Zeg eens eerlijk: wie kan muren laten vallen door alleen maar geschreeuw? Niemand toch? Alleen God kan dat!
