Jozua deel 4

Luisteren


Lezen

Het volk Israël was eindelijk in het beloofde land. Ze waren de Jordaan overgestoken. Weet je nog hoe? Het water stond stil en ze liepen dwars door de rivier over droog land! Nu kampeerden ze bij de plaats Gilgal, vlak bij Jericho. Het voelde als een nieuw begin. Maar nu moesten ze de steden veroveren. En de eerste stad was… Jericho. 

God had een plan. En het was een heel bijzonder plan. Hij zei tegen Jozua: “Ik heb Jericho al in jouw hand gegeven. Je hoeft er eigenlijk niet meer om te vechten. Luister goed, dit is wat jullie moeten doen. Jullie moeten zes dagen lang één keer om de stad heen lopen. Voorop gaan de strijders, dan zeven priesters met hun hoorns, en daarachter de ark van het verbond. Op de zevende dag moeten jullie zeven keer om de stad lopen. Dan moeten de priesters op de hoorns blazen en het volk moet heel hard juichen. Dan zullen de muren instorten!”

Jericho was geen gewone stad. Het was een stad met hoge muren en stevige poorten. De mensen daar waren doodsbang voor Israël. Ze hadden gehoord wat God had gedaan bij de Jordaan. Ze fluisterden tegen elkaar: “Als die Israëlieten komen, zijn wij verloren!” Daarom deden ze alle poorten op slot. Soldaten stonden op de muren. Iedereen keek zenuwachtig naar buiten. “Wanneer komen ze?”

In Jericho woonde ook die vrouw die Rachab heette, weet je dat nog? Zij had iets bijzonders gedaan. Ze geloofde in de God van Israël en ze had een rood touw aan haar raam gehangen, zoals de mannen van Israël hadden gezegd. Dat was het teken: “Dit huis moet blijven staan.”

02 Jozua Iris de Waard

Die dag keek Rachab uit het raam en in de verte zag ze stofwolken. Soldaten van Israël bewogen zich bij de muren van de stad. Haar hart klopte snel. “Het gaat beginnen!” dacht ze. Ze rende door haar huis naar buiten en riep: “Vader! Moeder! Kom snel! Ze komen eraan!” Ze holde naar het huis van haar ouders. “Mee naar mijn huis! Nu!” Haar vader keek haar verbaasd aan. “Rachab, wat gebeurt er?”

“God geeft onze stad aan Israël,” riep Rachab. “Geloof mij maar, ik weet het zeker. Als jullie bij mij blijven, zijn jullie veilig. Vertrouw op God!”

Ze trok haar moeder mee. Haar broers en zussen kwamen ook. “Moeten wij ook mee?”

“Ja!” riep Rachab. “Jullie allemaal! En jullie kinderen ook!” De broers en zussen riepen hun vrouwen en mannen en de kinderen. Kleine voeten renden door de straten. Sommigen huilden van angst.

“Kom, kom!” riep Rachab. “Blijf dicht bij mij!”

Het werd nu wel heel druk in haar huis. Haar vader zat stil in een hoek. Haar moeder zat naast haar en kneep in haar hand. Kinderen keken met grote ogen naar buiten. Buiten klonk het geluid van hoorns: TOEEEET! TOEEEET! “Wat doen ze?” fluisterde een van de kinderen.

“Ze lopen om de stad,” zei Rachab. “Geen zwaarden, geen ladders… alleen lopen. Het is Gods plan.”

Iedereen keek elkaar aan. Zou dat werken? Rachab voelde haar hart bonzen. Ze keek naar het rode touw aan haar raam. “Heer, bescherm ons,” zei ze, zachtjes biddend.

De dag ging voorbij. De Israëlieten waren één keer om de stad gelopen en gingen daarna terug naar hun kamp. De volgende dag gebeurde precies hetzelfde. Weer liepen ze om de stad. In stilte, je hoorde alleen het geluid van de hoorns:  TOEEEET! TOEEEET! En de dag daarna gebeurde weer precies hetzelfde. De volgende dag ook. Het werd steeds spannender in het huis van Rachab. “Waarom doen ze niets?” vroeg haar broer. “Wacht maar,” zei Rachab. “Dit is echt Gods plan.”

07 Jozua Iris de Waard

Zes dagen lang gebeurde dit. Elke dag hoorns, elke dag stilte. Maar op de zevende dag… zou alles veranderen.

Rachab keek naar haar familie. “Blijf hier,” zei ze. “Wat er ook gebeurt, je mag niet naar buiten.”

Ze kneep in de hand van haar moeder. Buiten klonken de hoorns harder dan ooit. Mensen op de muren schreeuwden. Soldaten renden.

Niemand sprak. Alleen het geluid van de hoorns vulde de lucht. TOEEEET! TOEEEET! En toen… stilte. Een stilte die zo groot was dat iedereen zijn adem inhield.

En Rachab dacht: “Zal ons huis blijven staan?”


Kijken