Luisteren
Lezen
Lang geleden had God aan Abraham beloofd dat het volk Israël een mooi land zou krijgen om in te wonen. Dat beloofde land heette Kanaän. Maar daar woonden nu mensen die helemaal niet naar God luisterden en verkeerde dingen deden. God vond dat het tijd was om die mensen weg te sturen en het land nu echt aan Zijn volk Israël te geven. Jozua was de nieuwe leider die het beloofde land moest veroveren. Hij vond het heel spannend, want het was een grote taak. Maar God had drie keer tegen Jozua gezegd: “Wees sterk en moedig.” En daarom wist Jozua: “God is bij mij. Hij zal helpen.”
Jozua stond op een heuvel en keek naar het land dat God had beloofd. Daar in de verte lag de grote stad, Jericho. De muren van Jericho waren hoog en stevig. “Daar moeten we als eerste naartoe,” wist Jozua. “Maar eerst wil ik weten wat voor stad het is.” Hij riep twee dappere mannen bij zich. “Ga naar Jericho,” zei hij. “Kijk goed rond en ontdek alles wat we moeten weten.”
De twee mannen knikten en vertrokken in het geheim. Ze liepen heel stilletjes de stad binnen en zochten een plek om te slapen. Ze kwamen bij het huis van een vrouw die Rachab heette. Haar huis was gebouwd in de muur van de stad. Rachab liet de mannen binnen en bracht ze naar een kamer in haar huis om te slapen.
Maar toen gebeurde er iets spannends. De koning van Jericho had gehoord dat er vreemde mannen in de stad waren. “Dat zijn vast spionnen van Israël!” riep hij boos. Hij stuurde meteen soldaten naar het huis van Rachab. De soldaten bonsden hard op de deur. “In de naam van de koning, doe open en breng die twee mannen naar buiten!” riepen de soldaten. “Ze zijn hier om onze stad te bekijken en plannen te maken. Het zijn spionnen!”
Maar Rachab wist dat de twee mannen die in haar huis waren, bij het volk Israël hoorden, bij het volk van die grote God. Rachab had al veel verhalen gehoord over de God van Israël. Ze wist dat Hij heel sterk was en wonderen kon doen. Toen ze hoorde dat deze twee mannen bij dat volk hoorden, wilde ze meteen helpen. Niet alleen omdat het dappere mannen waren, maar vooral omdat ze bij de God hoorden die haar hart had geraakt. Ze vertrouwde erop dat Hij ook voor haar kon zorgen, als ze Hem zou volgen. Snel stuurde ze de twee mannen naar het dak van haar huis. Daar konden ze zich verstoppen, onder de plantenstengels die daar lagen.

Daarna ging ze snel naar beneden en deed de deur open alsof er niets aan de hand was. “Ja, er waren inderdaad mannen bij mij,” zei ze tegen de soldaten. “Maar ik weet niet waar ze vandaan kwamen. Ze zijn ook alweer weg hoor, net voordat de poort dichtging. Als jullie snel zijn, kunnen jullie ze misschien nog vinden!” De soldaten renden weg, op zoek naar de mannen. Maar ze vonden niets. Nee, natuurlijk niet. De twee mannen lagen veilig verstopt op het dak bij Rachab.
Toen het weer rustig was geworden, ging Rachab naar het dak. Ze keek de mannen aan en zei: “Ik weet dat jullie God heel sterk is en wonderen kan doen. Iedereen hier is bang. We hebben gehoord wat Hij voor jullie heeft gedaan. God heeft jullie geholpen om uit Egypte te ontsnappen. Hij zorgde ervoor dat het water van de zee opzij ging, zodat jullie erdoor konden lopen. Jullie God is de God van de hemel en de aarde!”
Rachab was even stil, dacht na en vroeg toen: “Willen jullie mij en mijn familie beschermen als jullie de stad innemen? Ik heb jullie geholpen. Willen jullie mij dan ook helpen?”
De mannen knikten. “Ja, dat zullen we doen” zeiden ze. “Als jij ons niet verraadt, zullen wij jou en je familie beschermen als God ons de stad geeft.” Oh wat geweldig! Rachab fluisterde: “Bedankt… Ga nu maar gauw, ga drie dagen in de bergen schuilen. Dan zijn de soldaten wel weer terug en kunnen jullie veilig verder reizen.”
Voordat ze vertrokken, gaven de mannen Rachab nog een belangrijke opdracht. “Bind een rood touw aan je raam,” zeiden ze. “Dan weten we welk huis van jou is. Zorg dat je familie bij jou in huis is als we komen. Dan zullen jullie veilig zijn.” Rachab knikte en glimlachte. Ze pakte een stevig touw en bond het vast aan het raam. Eén voor één lieten de mannen zich naar beneden zakken, langs de muur van de stad. Op weg naar de bergen om te schuilen.
Zodra ze alleen was, pakte Rachab een rood touw en bond het stevig aan haar raam. Zo kon iedereen het zien.

De mannen verstopten zich drie dagen in de bergen, precies zoals Rachab had gezegd. Daarna gingen ze terug naar Jozua. Ze vertelden alles wat ze hadden gezien en gehoord.
“De mensen in Jericho zijn heel bang,” zeiden ze. “God zal ons zeker helpen om de stad te winnen!”
En zo begon het grote avontuur voor Israël. Maar één ding was zeker: Rachab en haar familie zouden veilig zijn, dankzij het rode touw, haar moedige hart en haar vertrouwen op God. Het verhaal van Rachab laat ons zien dat je altijd op God mag vertrouwen, ook als je Hem nog niet zo goed kent.
