Luisteren
Lezen
Er werd al maandenlang heel hard gewerkt in het kamp van de Israëlieten. Het was een drukte van belang, want iedereen hielp mee. Ze werkten samen om die prachtige tent voor God te maken. De tabernakel.
En eindelijk was de tabernakel klaar. Mozes was tevreden. Het was een hele mooie tent geworden, precies zoals God het had bedoeld.

De tabernakel had mooie kleuren en was versierd met goud en zilver. In de tabernakel werkten de priesters. Dat waren allemaal mannen uit de familie van Aäron. Ze droegen speciale kleding, gemaakt van hele mooie stof en versierd met kleurrijke borduursels. Elke dag zorgden de priesters voor de tabernakel. Ze maakten het altaar schoon en zorgden ervoor dat de lampen altijd brandden. De priesters mochten in de tabernakel dichtbij God komen om offers te brengen voor het volk. Als iemand iets verkeerds had gedaan of als iemand een erge ziekte had, moest er een brandoffer worden gebracht. Dat offer was altijd een dier. Dat dier kwam dan eigenlijk in de plaats van de persoon voor wie het offer werd gebracht. Zo werd het dan weer goed tussen God en die man of vrouw. Maar er werden ook andere offers gebracht. Op het reukaltaar bijvoorbeeld, daar werden offers gebracht die lekker roken. Denk maar aan bepaalde kruiden die erg lekker ruiken. Het waren speciale geschenken voor God.
De hogepriester was de belangrijkste priester en de eerste hogepriester was Aäron zelf. Hij droeg prachtige kleren, versierd met kleurrijke borduursels. Op zijn borst droeg hij een borstplaat met twaalf verschillende edelstenen. Op die stenen stonden de namen van de stammen van Israël. Op zijn schouders droeg hij ook nog twee edelstenen. Ook op die stenen stonden de namen van de 12 stammen van Israël. Zes namen op de ene steen en zes namen op de andere steen. De 12 stammen van Israël. Wat betekent dat eigenlijk. Ik zal het even uitleggen. Het volk Israël is ontstaan uit de 12 zonen van Jakob. Weet je nog wie die 12 zonen waren? Zal ik ze nog es opnoemen? Dat waren Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issaschar, Zebulon, Dan, Naftali, Gad, Aser, Jozef en Benjamin. Deze 12 zonen hebben allemaal eigen families gekregen en die families worden de stammen van Israël genoemd. Elke stam heeft een naam. Dat is de naam van een zoon van Jakob. Bijvoorbeeld de stam Juda of de stam Benjamin. Uit die 12 stammen is dus het volk Israël ontstaan. Jakob zelf werd door God ook al Israël genoemd. Daar hebben we het in de vorige verhalen over Jakob over gehad. Weet je dat nog?
Een van de stammen was de stam Levi. De mannen uit die stam, de Levieten, waren de helpers van de priesters. Zij zorgen ervoor dat de tabernakel elke keer weer netjes werd afgebroken en ook weer werd opgebouwd. Zij zorgden er ook voor dat alles in de tabernakel netjes en schoon was, zodat de priesters hun werk goed konden doen. Én de Levieten maakten muziek. Ze speelden op trompetten en harpen en dat deden ze om God te eren en blij te maken.
Maar goed, de hogepriester had dus bijzondere kleren aan. Hij had ook een speciale muts op zijn hoofd en een gouden plaat op zijn voorhoofd waarop stond: “De Heiligheid van de Heere”. Hij was de baas over de priesters en ook over de Levieten. de allerbelangrijkste man in de tabernakel.

De hogepriester bracht op normale dagen de offers naar het altaar en hij mocht één keer per jaar, op de Grote Verzoendag in het allerheiligste gedeelte van de tabernakel komen. Dat was de enige dag dat hij daar mocht komen. In het allerheiligste stond de ark van het verbond, de speciale kist waarin de stenen tafelen met de tien geboden lagen. De hogepriester ging de tabernakel binnen om vergeving te vragen voor de zonden van het volk. Hij waste zich dan heel goed en trok speciale, schone kleren aan. Hij nam het bloed van een stier en een bok en hij sprenkelde dat bloed op de verzoendeksel van de ark. Er was ook altijd een tweede bok, dat was de zondebok. De hogepriester legde zijn handen op dat bokje en daarna werd het bokje de woestijn in gestuurd. Dat betekende dus eigenlijk dat de zonden van alle mensen werden weggestuurd. De hogepriester bracht op die dag een speciaal offer en vroeg God om vergeving voor de zonden van alle mensen. Als je goed geluisterd hebt, dan weet je nu dat de tabernakel wel heel erg speciaal was. Weet je wat ook echt heel bijzonder is? Heel veel dingen in de tent en alles wat er in de tent moest gebeuren, dat vertelde toen al iets over de Here Jezus Christus, die zou komen.
